De Gildetrom

De Gildetrom wordt gedragen door de tamboer en geeft hiermee het tempo van het gilde aan tijdens de optocht. Van oudsher werd de gildetrom gebruikt om de gildebroeders op te trommelen, met ter kerke gaan of het Koningschieten. Daarnaast wordt de gildetrom gebruikt om de vendeliers te begeleiden tijdens het groepsvendelen. Op de koperen ketel van de gildetrom van het St. Martinusgilde staat een afbeelding van de patroonsheilige van het gilde "St. Martinus" zoals hieronder afgebeeld.


Het St. Martinusgilde telt momenteel vier tamboers, drie maal een muziektrom en natuurlijk de Gildetrom.


Bouw van de Gildetrom

De gildetrom bestaat uit een koperen ketel met aan zowel de boven- als onderzijde een band waaraan koorden zijn bevestigd. Beide zijden bestaan uit een tromvel, waarbij het tromvel aan de onderzijde voorzien is van snaren. De gildetrom is voorzien van lederen schuiven die het opgaande en neergaande koord bijeen houdt. Door deze naar boven en naar beneden te schuiven gaan de koorden strak staan en trekken zo de banden naar elkaar toe. Op die manier wordt het tromvel strak gespannen. Als het bovenste vel strak beslagen wordt, planten de geluidsgolven zich binnen in de trom voort naar het onderste vel. De hier tegenaan gespannen snaren maken het tromgeluid voller. Als de gildetrom niet bespeelt wordt, dan ontspannen we de vellen ten alle tijden.

Wedstrijden met de Gildetrom

Tijdens Kring Gilde Dagen, de Vrije Gilde Dagen en de Federatiedag zijn er ook groeps- en individuele wedstrijden. Dit geschied zoals dat beschreven is in het reglement wat daarvoor opgesteld is. Uit dat reglement heb ik de aanwijzingen voor de tamboer hieronder neergeschreven (ik heb er zelf ook veel aan gehad).

Aanwijzingen voor de individuele tamboer.

  1. De trom rust tegen het dijbeen.
    Tijdens het aanmelden bij de jury heeft de tamboer de stokken in één hand.
    De houding is rechtopstaand en recht vooruit kijkend.
    Op het teken van de jury neemt de tamboer de rechter stok met het dikke gedeelte met de volle rechterhand vast.
    De linkerstok houdt hij tussen duim en wijsvinger en rust op de ringvinger.
    Alles wordt op het midden van het tromvel geslagen.
    Bij "voorwaarts mars" wordt met het linkerbeen begonnen en gelijktijdig geslagen.
  2. De roffel moet uit de pols komen en wordt staande voor de jury uitgevoerd.
    De tijdsduur is minimaal 90 seconden.
    Daarna meld de tamboer zich af, neemt zijn legitimatiebewijs in ontvangst en vertrekt met stille trom.
  3. De tamboer moet de mars ordelijk lopend uitvoeren.
     

Aanwijzingen voor de tamboersgroep.

  1. Een groep komt met stille trom op en staat ordelijk en gericht opgesteld.
    De leider meldt de groep bij de jury (niet militaristisch).
    Het begin wordt door de jury aangegeven.
  2. De groep voert hierna de mars lopend uit zonder onderbrekingen en met alle in de mars voorkomende herhalingen, gevolgd door een tweede mars stilstaand uitgevoerd (zie artikel 15 sub 2 van het reglement)
     
  3. Na het einde van de marsen meldt de leider de groep bij de jury af en vertrekt de groep met stille trom.

 

Het reglement van de Noordbrabantse Federatie van Schuttersgilden (daterend op 12 september 1995) betreffende trom- en bazuinblazen kun je HIER downloaden.